Groninger Ganzenakkoord

De Groninger wildbeheereenheden hebben op hoofdlijnen en onder voorwaarden ingestemd met de uitwerking van het Groninger ganzenakkoord. Vooral omdat wij betrokken willen blijven bij de belangen van ‘onze boeren’, maar ook omdat wij de gespreks- en uitvoeringspartner zijn als het gaat om de uitvoering van het faunabeheer in onze regio. De Groninger jagers kiezen daarom voor hun maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Voor de uitvoering van het Groninger ganzenakkoord zijn in het werkgebied van de WBE Duurswold een tweetal maatwerkplannen opgesteld. Hierbij is door de partijen van het Groninger ganzenakkoord afgesproken dat de FBE Groningen de externe communicatie gaat verzorgen.

Samenvatting maatwerkplan midden-Groningen

Sinds de jaren ’90 van de vorige eeuw komen in de moerasgordel van Midden Groningen (ca. 1700 ha. groot) overzomerende grauwe ganzen en exoten voor. Het eerste zekere broedgeval van grauwe gans is hier in 1992 vastgelegd bij het Schildmeer, nadien is het aantal broed- en zomervogels gestaag gegroeid naar circa 111 broedparen grauwe gans, 18 broedparen Canadese gans en 5 broedparen Nijlgans. Daarnaast zijn tijdens tellingen in deze moerasgordel maximaal 1892 overzomerende grauwe ganzen, 7 kolganzen, 27 Canadese ganzen, 97 Nijlganzen en 51 boerenganzen waargenomen.
Hoewel deze natuurgebieden, mede door de aanwezigheid van geschikte foerageergebieden, in staat zijn grauwe ganzenpopulaties te herbergen lijkt de maximale draagkracht bereikt te zijn. De grauwe ganzen en exoten worden in toenemende mate waargenomen op landbouwgronden rond de natuurgebieden waar ze schade veroorzaken aan landbouwgewassen. Om deze populatie zomerganzen en exoten op planmatige wijze te beheren is in opdracht van de FBE Groningen en het Ganzenafstemmingskader (GAK)/ maatwerkgroep Midden-Groningen een werkplan opgesteld. Doelstelling van dit plan is om het aantal zomerganzen in deze moerasgordel terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau. Beoogde doelstelling zal worden gerealiseerd middels afschot, verjagen, het behandelen van eieren, inrichting van zomeropvanggebieden, aanpassen van habitat en plaatsen van een kuikenwerend raster.
De natuurgebieden Westerpolder, Rijpema, Ae’s woudbloem, Dannemeer, Tetjehorn, Haansvaart en omliggende landbouwgronden komen in aanmerking voor genoemde maatregelen. Aangezien deze natuurgebieden een aantal kwetsbare natuurwaarden bezitten (wintergasten en broedende moerasvogels) kunnen maatregelen zoals bijvoorbeeld afschot en eibehandeling hier slechts in beperkte perioden (na winterrustperiode en voor het vogelbroedseizoen of na het vogelbroedseizoen en voor de winterrustperiode) worden uitgevoerd. Het is dus van belang om hier goed gecoördineerde en effectieve bestrijdingsacties uit te voeren. Door jaarlijks het aantal broedparen en overzomerende ganzen te monitoren kan worden bepaald of de genomen maatregelen tot het gewenste effect hebben geleid.
Het “Maatwerkplan zomerganzen moerasgordel Midden-Groningen” is tot stand gekomen dankzij samenwerking van akkerbouwers en veehouders uit Midden Groningen, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Agrarische Natuurvereniging Meervogels, Agrarische Natuur- en Landschapsbeheer Slochteren, de WBE Duurswold, het GAK, de Provincie Groningen en de FBE Groningen. De gemaakte afspraken vallen binnen het kader van het Ganzenakkoord (IPO & Ganzen 7, 2013). Doelstelling van dit akkoord is om ganzenpopulaties in Nederland duurzaam in stand te houden. Dit op een niveau waarbij een goed evenwicht wordt gevonden tussen de omvang van de van nature voorkomende ganzenpopulaties en de risico’s die daarmee samenhangen.

Convenant wildbeheer midden-Groningen

Bij de inrichting van het natuurgebied midden-Groningen zijn in 1997 door de aanwezige partijen middels een convenant wildbeheer midden groningen afspraken over het wildbeheer gemaakt.